kapen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het stelen van een voertuig (vrnl. schepen en vliegtuigen)
- het overvallen van een voertuig onderweg en het overnemen van dat voertuig, al dan niet gepaard met het gijzelen van inzittenden
Vervoeging van kapen
kapenhele werkwoord — kaapteverleden tijd enkelvoud — kaaptenverleden tijd meervoud — gekaaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kaap | kaapte |
| jij | kaapt | kaapte |
| hij, zij, het | kaapt | kaapte |
| wij | kapen | kaapten |
| jullie | kapen | kaapten |
| zij | kapen | kaapten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekaapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekaapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekaapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekaapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekaapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekaapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekaapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekaapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekaapt | verleden tijd, deelwoord |
| gekaapt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekaapt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekaapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaapt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaapt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekaapt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekaapt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekaapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekaapt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekaapt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekaapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekaapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekaapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekaapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekaapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kaap | gebiedende wijs |
| kaapte | verleden tijd |
| kape | aanvoegende wijs |
| kapend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekaapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kapen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekaapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekaapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekaapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekaapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekaapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekaapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekaapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekaapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekaapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekaapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekaapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kapen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekaapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekaapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekaapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kapen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekaapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekaapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekaapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kapen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kaap
Herkomst
Herkomst onzeker. Mogelijk van het Oudfriese kāp, in dat geval etymologisch verwant met kopen. Anders van Latijn capere "nemen/grijpen", in dat geval zou het ook een doublet van hebben kunnen zijn.
Woordfamilie van kapen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kaapt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kapen |
| kaapte | verleden tijd | kapen |
| kaapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kapen |
| kape | aanvoegende wijs | kapen |
| kapend | onvoltooid deelwoord | kapen |
| kapende | woordvorm | kapen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapen zijn vastgelegd.