Naar de inhoud

kanen

eten, met smaak eten, smullen (misschien wel van een kaan)

kanen is meer dan één woord

kanen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. eten, met smaak eten, smullen (misschien wel van een kaan)
  2. schimmelen, muf worden

Vervoeging van kanen

kanenhele werkwoord — kaandeverleden tijd enkelvoud — kaandenverleden tijd meervoud — gekaandvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kaan kaande
jij kaant kaande
hij, zij, het kaant kaande
wij kanen kaanden
jullie kanen kaanden
zij kanen kaanden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gekaand verleden tijd, deelwoord
gekaand te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaand zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kaan gebiedende wijs
kaande verleden tijd
kane aanvoegende wijs
kanend onvoltooid, deelwoord
te kanen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gekaand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kanen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaand voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekaand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekaand voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekaand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekaand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kanen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekaand zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kaan

Herkomst

In de betekenis van ‘met smaak eten’ voor het eerst aangetroffen in 1976

Woordfamilie van kanen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekaand voltooid deelwoord kanen
kaande verleden tijd kanen
kaanden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kanen
kaant aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kanen
kane aanvoegende wijs kanen
kanend onvoltooid deelwoord kanen
kanende woordvorm kanen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kanen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kanen

Wat betekent kanen?
Kanen is een werkwoord. Het woord betekent: eten, met smaak eten, smullen (misschien wel van een kaan). Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kanen?
Je vervoegt kanen als volgt: de tegenwoordige tijd is kaan, de verleden tijd is kaande en het voltooid deelwoord is gekaand. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kanen is 7 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kanen levert met Wordfeud minimaal 7 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 zonder bonus
  7. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kanen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kanen in het kort

kanen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kanen zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kanen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kanen: eten, met smaak eten, smullen (misschien wel van een kaan)
Deel kanen — standaardnederlands.nl