kangoeroe
zelfstandig naamwoord ˈkɑŋɣəruBetekenis
- een buideldier met korte voorpoten, lange achterpoten en een lange sterke steunstaart
Hoe spreek je kangoeroe uit?
/ˈkɑŋxəru/
Kangoeroe bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor zoogdieren uit het geslacht Macropus, met korte voorpoten, lange achterpoten, een lange sterke steunstaart die hun jongen in een huidplooi op de buik mee kunnen dragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kangoeroes | meervoud |
| kangoeroetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kangoeroetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels kangaroo, in de betekenis van ‘buideldier’ voor het eerst aangetroffen in 1774
Woordfamilie van kangoeroe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kangoeroetje | verkleinwoord | kangoeroe |
| kangoeroetjes | verkleinwoord meervoud | kangoeroe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kangoeroe zijn vastgelegd.