Naar de inhoud

kaarten

een kaartspel spelen

kaarten is meer dan één woord

kaarten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een kaartspel spelen

Vervoeging van kaarten

kaartenhele werkwoord — kaartteverleden tijd enkelvoud — kaarttenverleden tijd meervoud — gekaartvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kaart kaartte
jij kaart kaartte
hij, zij, het kaart kaartte
wij kaarten kaartten
jullie kaarten kaartten
zij kaarten kaartten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekaart impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekaart impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekaart impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekaart impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekaart worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekaart zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekaart worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekaart zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekaart verleden tijd, deelwoord
gekaart te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaart zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekaart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekaart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekaart voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekaart voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekaart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekaart voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekaart voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaart actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaart voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kaart gebiedende wijs
kaarte aanvoegende wijs
kaartend onvoltooid, deelwoord
kaartte verleden tijd
te hebben gekaart actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kaarten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kaarten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekaart hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kaarten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kaarten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekaart hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kaarten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kaart

Herkomst

In de betekenis van ‘kaartspelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1394

Woordfamilie van kaarten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekaart voltooid deelwoord kaarten
kaarte aanvoegende wijs kaarten
kaartend onvoltooid deelwoord kaarten
kaartende woordvorm kaarten
kaartte verleden tijd kaarten
kaartten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kaarten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaarten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kaarten

Wat betekent kaarten?
Kaarten is een werkwoord. Het woord betekent: een kaartspel spelen.
Hoe vervoeg je kaarten?
Je vervoegt kaarten als volgt: de tegenwoordige tijd is kaart, de verleden tijd is kaartte en het voltooid deelwoord is gekaart. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kaarten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kaarten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. A 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kaarten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kaarten in het kort

kaarten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van kaarten zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kaarten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kaarten: een kaartspel spelen
Deel kaarten — standaardnederlands.nl