jij-bak
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈjɛibɑkBetekenis
- een drogreden, een spottende of beschuldigende opmerking als antwoord op een andere opmerking
Hoe spreek je jij-bak uit?
/ˈjɛibɑk/
Jij-bak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| ɛi | trein |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- reactie op iemands kritiek door die eenvoudig dezelfde kritiek terug te geven pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jij-bakken | meervoud |
| jijbak |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jij-bakken
- gebiedende wijs van jij-bakken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jij-bakken
Vervoeging van jij-bak
jij-bakhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van jij vn "toegesproken persoon" en bak zn "grap, poets" , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.I onder (5)
Woordfamilie van jij-bak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jijbak | masculine | jij-bak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jij-bak zijn vastgelegd.