Naar de inhoud

inzien

documenten (vluchtig) lezen

inzien is meer dan één woord

inzien

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnzin

Betekenis

  1. documenten (vluchtig) lezen
  2. begrijpen hoe iets werkt

Hoe spreek je inzien uit?

/ˈɪnzin/

Inzien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnzin/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
z zon
i riet
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inzien

inzienhele werkwoord — zag inverleden tijd enkelvoud — zagen inverleden tijd meervoud — ingezienvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zie in zag in
jij ziet in zaagt in
hij, zij, het ziet in zag in
wij zien in zagen in
jullie zien in zagen in
zij zien in zagen in
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezien impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezien impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezien worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezien zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezien worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezien zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal zien bijzin, toekomende tijd
in zou zien bijzin, voorwaardelijk
in zouden zien bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zien bijzin, voorwaardelijk
in zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zien bijzin, toekomende tijd
in zult zien bijzin, toekomende tijd
ingezien verleden tijd, deelwoord
ingezien te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezien te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezien te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezien te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezien te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezien worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezien zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezien zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezien zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezien zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzaagt bijzin, verleden tijd
inzag bijzin, verleden tijd
inzagen bijzin, verleden tijd
inzie bijzin, tegenwoordige tijd
inziend onvoltooid, deelwoord
inziet bijzin, tegenwoordige tijd
is ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zag in verleden tijd
zal ingezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzien bijzin, toekomende tijd
zie in gebiedende wijs
zijn ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzien in zou(dt) zien bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzien bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzien bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezien zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzien bijzin, toekomende tijd

zelfstandig naamwoord — neuter

  1. inzicht

Herkomst

samenstelling van in bw en zien ww

Woordfamilie van inzien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingezien voltooid deelwoord inzien
ingeziene woordvorm inzien
inzag subordinate-clause, verleden tijd inzien
inzie subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzien
inziend onvoltooid deelwoord inzien
inziende woordvorm inzien
inziens neuter inzien
inziet subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzien
zag in verleden tijd inzien
zie in gebiedende wijs inzien
zien in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inzien
ziet in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inzien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzien zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inzien

Hoe spreek je inzien uit?
De uitspraak van inzien is: /ˈɪnzin/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent inzien?
Inzien is een werkwoord. Het woord betekent: documenten (vluchtig) lezen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inzien?
Je vervoegt inzien als volgt: het voltooid deelwoord is ingezien. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inzien is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. Z 4
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inzien levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. Z 5
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inzien telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inzien in het kort

inzien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inzien zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inzien bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inzien: documenten (vluchtig) lezen
Deel inzien — standaardnederlands.nl