inzagen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnzaɣə(n)Betekenis
- met een zaag een snee of kerf (in hout) maken
Hoe spreek je inzagen uit?
/ˈɪnzaxən/
Inzagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| z | zon |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inzagen
inzagenhele werkwoord — zaagde inverleden tijd enkelvoud — zaagden inverleden tijd meervoud — ingezaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zaag in | zaagde in |
| jij | zaagt in | zaagde in |
| hij, zij, het | zaagt in | zaagde in |
| wij | zagen in | zaagden in |
| jullie | zagen in | zaagden in |
| zij | zagen in | zaagden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zagen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zagen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zagen | bijzin, toekomende tijd |
| ingezaagd | verleden tijd, deelwoord |
| ingezaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzaagde | bijzin, verleden tijd |
| inzaagden | bijzin, verleden tijd |
| inzaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzagend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zaag in | gebiedende wijs |
| zaagde in | verleden tijd |
| zal ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzagen in zou(dt) zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van inzien
Vervoeging van inzagen
inzagenhele werkwoord — zaagde inverleden tijd enkelvoud — zaagden inverleden tijd meervoud — ingezaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zaag in | zaagde in |
| jij | zaagt in | zaagde in |
| hij, zij, het | zaagt in | zaagde in |
| wij | zagen in | zaagden in |
| jullie | zagen in | zaagden in |
| zij | zagen in | zaagden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zagen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zagen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zagen | bijzin, toekomende tijd |
| ingezaagd | verleden tijd, deelwoord |
| ingezaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzaagde | bijzin, verleden tijd |
| inzaagden | bijzin, verleden tijd |
| inzaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzagend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zaag in | gebiedende wijs |
| zaagde in | verleden tijd |
| zal ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzagen in zou(dt) zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inzage
Herkomst
samenstelling van in bw en zagen ww
Woordfamilie van inzagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingezaagd | voltooid deelwoord | inzagen |
| ingezaagde | woordvorm | inzagen |
| inzaag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzagen |
| inzaagde | subordinate-clause, verleden tijd | inzagen |
| inzaagden | subordinate-clause, verleden tijd | inzagen |
| inzaagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzagen |
| inzagend | onvoltooid deelwoord | inzagen |
| inzagende | woordvorm | inzagen |
| zaag in | gebiedende wijs | inzagen |
| zaagde in | verleden tijd | inzagen |
| zaagden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inzagen |
| zaagt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inzagen |
| zage in | woordvorm | inzagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzagen zijn vastgelegd.