Naar de inhoud

inzagen

met een zaag een snee of kerf (in hout) maken

inzagen is meer dan één woord

inzagen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnzaɣə(n)

Betekenis

  1. met een zaag een snee of kerf (in hout) maken

Hoe spreek je inzagen uit?

/ˈɪnzaxən/

Inzagen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnzaxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
z zon
a maan
x acht
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inzagen

inzagenhele werkwoord — zaagde inverleden tijd enkelvoud — zaagden inverleden tijd meervoud — ingezaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaag in zaagde in
jij zaagt in zaagde in
hij, zij, het zaagt in zaagde in
wij zagen in zaagden in
jullie zagen in zaagden in
zij zagen in zaagden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal zagen bijzin, toekomende tijd
in zou zagen bijzin, voorwaardelijk
in zouden zagen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zagen bijzin, voorwaardelijk
in zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zagen bijzin, toekomende tijd
in zult zagen bijzin, toekomende tijd
ingezaagd verleden tijd, deelwoord
ingezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzaag bijzin, tegenwoordige tijd
inzaagde bijzin, verleden tijd
inzaagden bijzin, verleden tijd
inzaagt bijzin, tegenwoordige tijd
inzagend onvoltooid, deelwoord
is ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag in gebiedende wijs
zaagde in verleden tijd
zal ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzagen bijzin, toekomende tijd
zijn ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzagen in zou(dt) zagen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzagen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzagen bijzin, toekomende tijd
zult ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van inzien

Vervoeging van inzagen

inzagenhele werkwoord — zaagde inverleden tijd enkelvoud — zaagden inverleden tijd meervoud — ingezaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaag in zaagde in
jij zaagt in zaagde in
hij, zij, het zaagt in zaagde in
wij zagen in zaagden in
jullie zagen in zaagden in
zij zagen in zaagden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal zagen bijzin, toekomende tijd
in zou zagen bijzin, voorwaardelijk
in zouden zagen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zagen bijzin, voorwaardelijk
in zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zagen bijzin, toekomende tijd
in zult zagen bijzin, toekomende tijd
ingezaagd verleden tijd, deelwoord
ingezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzaag bijzin, tegenwoordige tijd
inzaagde bijzin, verleden tijd
inzaagden bijzin, verleden tijd
inzaagt bijzin, tegenwoordige tijd
inzagend onvoltooid, deelwoord
is ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag in gebiedende wijs
zaagde in verleden tijd
zal ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzagen bijzin, toekomende tijd
zijn ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzagen in zou(dt) zagen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzagen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzagen bijzin, toekomende tijd
zult ingezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inzage

Herkomst

samenstelling van in bw en zagen ww

Woordfamilie van inzagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingezaagd voltooid deelwoord inzagen
ingezaagde woordvorm inzagen
inzaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzagen
inzaagde subordinate-clause, verleden tijd inzagen
inzaagden subordinate-clause, verleden tijd inzagen
inzaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzagen
inzagend onvoltooid deelwoord inzagen
inzagende woordvorm inzagen
zaag in gebiedende wijs inzagen
zaagde in verleden tijd inzagen
zaagden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inzagen
zaagt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inzagen
zage in woordvorm inzagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inzagen

Hoe spreek ik inzagen uit?
Zo spreek je inzagen uit: /ˈɪnzaɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inzagen?
Inzagen is een werkwoord. De betekenis is: met een zaag een snee of kerf (in hout) maken.
Hoe vervoeg ik inzagen?
Zo vervoeg je inzagen zo: het voltooid deelwoord is ingezaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inzagen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. Z 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inzagen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. Z 5
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inzagen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inzagen in het kort

inzagen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van inzagen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inzagen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inzagen: met een zaag een snee of kerf (in hout) maken
Deel inzagen — standaardnederlands.nl