Naar de inhoud

inkijken

vluchtig kennisnemen van de inhoud van (vooral van een boek of geschrift)

inkijken is meer dan één woord

inkijken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪŋkɛikə(n)

Betekenis

  1. vluchtig kennisnemen van de inhoud van (vooral van een boek of geschrift)
  2. met de ogen waarnemen

Hoe spreek je inkijken uit?

/ˈɪŋkɛikən/

Inkijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪŋkɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
ŋ ding
k kat
ɛi trein
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inkijken

inkijkenhele werkwoord — keek inverleden tijd enkelvoud — keken inverleden tijd meervoud — ingekekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kijk in keek in
jij kijkt in keek in
hij, zij, het kijkt in keek in
wij kijken in keken in
jullie kijken in keken in
zij kijken in keken in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te kijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal kijken bijzin, toekomende tijd
in zou kijken bijzin, voorwaardelijk
in zouden kijken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt kijken bijzin, voorwaardelijk
in zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen kijken bijzin, toekomende tijd
in zult kijken bijzin, toekomende tijd
ingekeken verleden tijd, deelwoord
ingekeken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekeken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekeken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekeken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekeken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekeken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekeken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekeken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkeek bijzin, verleden tijd
inkeken bijzin, verleden tijd
inkijk bijzin, tegenwoordige tijd
inkijkend onvoltooid, deelwoord
inkijkt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keek in verleden tijd
kijk in gebiedende wijs
te hebben ingekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekeken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekeken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkijken bijzin, toekomende tijd
zijn ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkijken in zou(dt) kijken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkijken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekeken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekeken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekeken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkijken bijzin, toekomende tijd
zult ingekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inkijk

Herkomst

samenstelling van in en kijken

Woordfamilie van inkijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekeken voltooid deelwoord inkijken
inkeek subordinate-clause, verleden tijd inkijken
inkeken subordinate-clause, verleden tijd inkijken
inkijke with-subordinate-clause inkijken
inkijkend onvoltooid deelwoord inkijken
inkijkende woordvorm inkijken
inkijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkijken
keek in verleden tijd inkijken
keken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkijken
kijk in gebiedende wijs inkijken
kijke in woordvorm inkijken
kijken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkijken
kijkt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkijken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over inkijken

Hoe spreek je inkijken uit?
De uitspraak van inkijken is: /ˈɪŋkɛikə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent inkijken?
Inkijken is een werkwoord. Het woord betekent: vluchtig kennisnemen van de inhoud van (vooral van een boek of geschrift). Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inkijken?
Je vervoegt inkijken als volgt: het voltooid deelwoord is ingekeken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkijken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkijken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkijken in het kort

inkijken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inkijken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inkijken bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inkijken: vluchtig kennisnemen van de inhoud van (vooral van een boek of geschrift)
Deel inkijken — standaardnederlands.nl