inzetten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnzɛtə(n)Betekenis
- iets van waarde aan het risico van het spel onderwerpen
- beschikbare hulpmiddelen voor een bepaald doel gebruiken
- iets in een kledingstuk vastmaken
- iets vastzetten in een sierraad
- zich ~ voor bereidheid tonen voor een bepaald doel moeite te doen
- een begin maken
Hoe spreek je inzetten uit?
/ˈɪnzɛtən/
Inzetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iets vastzetten in een sieraad transitive
Vervoeging van inzetten
inzettenhele werkwoord — zette inverleden tijd enkelvoud — zetten inverleden tijd meervoud — ingezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet in | zette in |
| jij | zet in | zette in |
| hij, zij, het | zet in | zette in |
| wij | zetten in | zetten in |
| jullie | zetten in | zetten in |
| zij | zetten in | zetten in |
Alle 93 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is ingezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| ingezet | verleden tijd, deelwoord |
| ingezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzette | bijzin, verleden tijd |
| inzettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ingezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zal me inzetten | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich inzetten | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zet in | gebiedende wijs |
| zet u/je in, zet je in | gebiedende wijs |
| zette in | verleden tijd |
| zich ingezet hebben | verleden tijd |
| zich inzettend | onvoltooid, deelwoord |
| zou ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzetten in zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen je inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons inzetten | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich inzetten | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult u inzetten | tweede persoon |
| zult u inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u inzetten | tweede persoon |
| zult zich/u inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult/zal inzetten in zult/zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van inzetten
Vervoeging van inzetten
inzettenhele werkwoord — zette inverleden tijd enkelvoud — zetten inverleden tijd meervoud — ingezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet in | zette in |
| jij | zet in | zette in |
| hij, zij, het | zet in | zette in |
| wij | zetten in | zetten in |
| jullie | zetten in | zetten in |
| zij | zetten in | zetten in |
Alle 93 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is ingezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| ingezet | verleden tijd, deelwoord |
| ingezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzette | bijzin, verleden tijd |
| inzettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ingezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zal me inzetten | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich inzetten | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zet in | gebiedende wijs |
| zet u/je in, zet je in | gebiedende wijs |
| zette in | verleden tijd |
| zich ingezet hebben | verleden tijd |
| zich inzettend | onvoltooid, deelwoord |
| zou ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzetten in zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen je inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons inzetten | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich inzetten | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult ingezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult u inzetten | tweede persoon |
| zult u inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u inzetten | tweede persoon |
| zult zich/u inzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult/zal inzetten in zult/zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inzet
Herkomst
samenstelling van in bw en zetten ww
Woordfamilie van inzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inzette | subordinate-clause, verleden tijd | inzetten |
| inzettend | onvoltooid deelwoord | inzetten |
| inzettende | woordvorm | inzetten |
| zet in | gebiedende wijs | inzetten |
| zette in | verleden tijd | inzetten |
| zetten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzetten zijn vastgelegd.