inzet
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɪnzɛtBetekenis
- wat men aan het risico van het spel blootstelt
- de mate waarin men zich aan een bepaald doel wijdt
Hoe spreek je inzet uit?
/ˈɪnzɛt/
Inzet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- het moment waarop een muziekinstrument zijn partij begint begint te spelen
- dat wat men wil bereiken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inzetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inzetjes | verkleinwoord, meervoud |
| inzetten | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inzetten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inzetten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inzetten
Vervoeging van inzet
inzethele werkwoord
Woordfamilie van inzet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inzetje | verkleinwoord | inzet |
| inzetjes | verkleinwoord meervoud | inzet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzet zijn vastgelegd.