inzetstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets dat in een holte van een ander voorwerp geplaatst kan worden
- stukken textiel die over een gat in een ander stuk textiel gelegd kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inzetstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inzetstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| inzetstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van inzetten ww en stuk zn
Woordfamilie van inzetstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inzetstukje | verkleinwoord | inzetstuk |
| inzetstukjes | verkleinwoord meervoud | inzetstuk |
| inzetstukken | meervoud | inzetstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzetstuk zijn vastgelegd.