interfereren
werkwoordBetekenis
- tussenbeide komen
- op elkaar inwerken
Vervoeging van interfereren
interfererenhele werkwoord — interfereerdeverleden tijd enkelvoud — interfereerdenverleden tijd meervoud — geïnterfereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | interfereer | interfereerde |
| jij | interfereert | interfereerde |
| hij, zij, het | interfereert | interfereerde |
| wij | interfereren | interfereerden |
| jullie | interfereren | interfereerden |
| zij | interfereren | interfereerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnterfereerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnterfereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnterfereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnterfereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnterfereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnterfereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| interfereer | gebiedende wijs |
| interfereerde | verleden tijd |
| interferere | aanvoegende wijs |
| interfererend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geïnterfereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te interfereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen interfereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnterfereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen interfereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnterfereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult interfereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tussenbeide komen’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van interfereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnterfereerd | voltooid deelwoord | interfereren |
| interfereer | gebiedende wijs | interfereren |
| interfereerde | verleden tijd | interfereren |
| interfereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | interfereren |
| interfereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | interfereren |
| interferere | aanvoegende wijs | interfereren |
| interfererend | onvoltooid deelwoord | interfereren |
| interfererende | woordvorm | interfereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interfereren zijn vastgelegd.