instromen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnstromə(n)Betekenis
- ('stromend') ergens binnenkomen
Hoe spreek je instromen uit?
/ˈɪnstromən/
Instromen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ergens binnenkomen
Vervoeging van instromen
instromenhele werkwoord — stroomde inverleden tijd enkelvoud — stroomden inverleden tijd meervoud — ingestroomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stroom in | stroomde in |
| jij | stroomt in | stroomde in |
| hij, zij, het | stroomt in | stroomde in |
| wij | stromen in | stroomden in |
| jullie | stromen in | stroomden in |
| zij | stromen in | stroomden in |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te stromen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen stromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal stromen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen stromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen stromen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult stromen | bijzin, toekomende tijd |
| ingestroomd | verleden tijd, deelwoord |
| ingestroomd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingestroomd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| instromend | onvoltooid, deelwoord |
| instroom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| instroomde | bijzin, verleden tijd |
| instroomden | bijzin, verleden tijd |
| instroomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stroom in | gebiedende wijs |
| stroomde in | verleden tijd |
| te zijn ingestroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen instromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingestroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingestroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal instromen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingestroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou instromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) instromen in zou(dt) stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden instromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt instromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen instromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen instromen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult instromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult instromen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal instromen in zult/zal stromen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord instroom
Herkomst
samenstelling van in en stromen
Woordfamilie van instromen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingestroomd | voltooid deelwoord | instromen |
| instrome | with-subordinate-clause | instromen |
| instromend | onvoltooid deelwoord | instromen |
| instromende | woordvorm | instromen |
| instroomde | subordinate-clause, verleden tijd | instromen |
| instroomden | subordinate-clause, verleden tijd | instromen |
| instroomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | instromen |
| strome in | woordvorm | instromen |
| stromen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | instromen |
| stroom in | gebiedende wijs | instromen |
| stroomde in | verleden tijd | instromen |
| stroomden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | instromen |
| stroomt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | instromen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instromen zijn vastgelegd.