instrijken
werkwoordBetekenis
- strijkend aanbrengen in of op
Vervoeging van instrijken
instrijkenhele werkwoord — streek inverleden tijd enkelvoud — streken inverleden tijd meervoud — ingestrekenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | strijk in | streek in |
| jij | strijkt in | streek in |
| hij, zij, het | strijkt in | streek in |
| wij | strijken in | streken in |
| jullie | strijken in | streken in |
| zij | strijken in | streken in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingestreken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingestreken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingestreken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingestreken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingestreken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingestreken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingestreken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingestreken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingestreken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te strijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen strijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal strijken | bijzin, toekomende tijd |
| in zou strijken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden strijken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt strijken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen strijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen strijken | bijzin, toekomende tijd |
| in zult strijken | bijzin, toekomende tijd |
| ingestreken | verleden tijd, deelwoord |
| ingestreken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingestreken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingestreken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingestreken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingestreken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingestreken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingestreken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingestreken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingestreken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingestreken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| instreek | bijzin, verleden tijd |
| instreken | bijzin, verleden tijd |
| instrijk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| instrijkend | onvoltooid, deelwoord |
| instrijkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| streek in | verleden tijd |
| strijk in | gebiedende wijs |
| te hebben ingestreken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen instrijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingestreken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingestreken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingestreken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingestreken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal instrijken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingestreken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou instrijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) instrijken in zou(dt) strijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden instrijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingestreken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingestreken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt instrijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingestreken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingestreken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen instrijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen instrijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen instrijken | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingestreken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en strijken
Woordfamilie van instrijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingestreken | voltooid deelwoord | instrijken |
| instreek | subordinate-clause, verleden tijd | instrijken |
| instreken | subordinate-clause, verleden tijd | instrijken |
| instrijk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | instrijken |
| instrijke | with-subordinate-clause | instrijken |
| instrijkend | onvoltooid deelwoord | instrijken |
| instrijkende | woordvorm | instrijken |
| instrijkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | instrijken |
| streek in | verleden tijd | instrijken |
| streken in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | instrijken |
| strijk in | gebiedende wijs | instrijken |
| strijke in | woordvorm | instrijken |
| strijken in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | instrijken |
| strijkt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | instrijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instrijken zijn vastgelegd.