Naar de inhoud

instigeren

aansporen

instigeren

werkwoord

Betekenis

  1. aansporen

Vervoeging van instigeren

instigerenhele werkwoord — instigeerdeverleden tijd enkelvoud — instigeerdenverleden tijd meervoud — geïnstigeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik instigeer instigeerde
jij instigeert instigeerde
hij, zij, het instigeert instigeerde
wij instigeren instigeerden
jullie instigeren instigeerden
zij instigeren instigeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnstigeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnstigeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnstigeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnstigeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnstigeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnstigeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnstigeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnstigeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnstigeerd verleden tijd, deelwoord
geïnstigeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnstigeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnstigeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnstigeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnstigeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnstigeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnstigeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnstigeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnstigeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnstigeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnstigeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
instigeer gebiedende wijs
instigeerde verleden tijd
instigere aanvoegende wijs
instigerend onvoltooid, deelwoord
is geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnstigeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te instigeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen instigeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnstigeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnstigeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnstigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnstigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnstigeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnstigeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnstigeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt instigeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnstigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnstigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnstigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen instigeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnstigeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnstigeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnstigeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult instigeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van het Franse instiguer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van instigeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnstigeerd voltooid deelwoord instigeren
geïnstigeerde woordvorm instigeren
instigeer gebiedende wijs instigeren
instigeerde verleden tijd instigeren
instigeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon instigeren
instigeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon instigeren
instigere aanvoegende wijs instigeren
instigerend onvoltooid deelwoord instigeren
instigerende woordvorm instigeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instigeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over instigeren

Wat is de betekenis van instigeren?
Instigeren is een werkwoord. De betekenis is: aansporen.
Hoe vervoeg ik instigeren?
Zo vervoeg je instigeren zo: de tegenwoordige tijd is instigeer, de verleden tijd is instigeerde en het voltooid deelwoord is geïnstigeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord instigeren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

instigeren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

instigeren in het kort

instigeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van instigeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort instigeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

instigeren: aansporen
Deel instigeren — standaardnederlands.nl