insteek
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɪnstekBetekenis
- de handeling van het insteken
- inbreng, benadering, wat men wil bereiken, wat men te berde brengt
- voorraad linnengoed die een instelling in huis heeft
- voor een deel ingestoken tussenverdieping in een eenlaags huis met zeer hoge begane grond.
Hoe spreek je insteek uit?
/ˈɪnstek/
Insteek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- handeling van het insteken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| insteekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| insteekjes | verkleinwoord, meervoud |
| insteken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van insteken
Vervoeging van insteek
insteekhele werkwoord
Herkomst
naamwoord van handeling van insteken ww **[2] in deze betekenis bekend sinds de jaren 1990 **[3] vakterm, precieze herkomst onbekend
Woordfamilie van insteek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| insteekje | verkleinwoord | insteek |
| insteekjes | verkleinwoord meervoud | insteek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insteek zijn vastgelegd.