instelbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- het zelf kunnen regelen van hoe een product zal functioneren
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| instelbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| instelbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| instelbaarders | partitief, vergrotende trap |
| instelbaars | partitief, stellende trap |
| instelbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| instelbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| instelbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van instellen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van instelbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| instelbaarder | vergrotende trap | instelbaar |
| instelbaardere | verbogen vergrotende trap | instelbaar |
| instelbaarders | partitieve vergrotende trap | instelbaar |
| instelbaars | partitive, positive | instelbaar |
| instelbaarst | uninflected, superlative | instelbaar |
| instelbaarste | inflected, superlative | instelbaar |
| instelbare | verbogen vorm | instelbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instelbaar zijn vastgelegd.