insmijten
werkwoordBetekenis
- met kracht werpen in
Vervoeging van insmijten
insmijtenhele werkwoord — smeet inverleden tijd enkelvoud — smeten inverleden tijd meervoud — ingesmetenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smijt in | smeet in |
| jij | smijt in | smeet in |
| hij, zij, het | smijt in | smeet in |
| wij | smijten in | smeten in |
| jullie | smijten in | smeten in |
| zij | smijten in | smeten in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingesmeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingesmeten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingesmeten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingesmeten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingesmeten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingesmeten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingesmeten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingesmeten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingesmeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingesmeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingesmeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingesmeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingesmeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingesmeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingesmeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingesmeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te smijten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen smijten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal smijten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou smijten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden smijten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt smijten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen smijten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen smijten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult smijten | bijzin, toekomende tijd |
| ingesmeten | verleden tijd, deelwoord |
| ingesmeten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingesmeten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingesmeten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesmeten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesmeten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesmeten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingesmeten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingesmeten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingesmeten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingesmeten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| insmeet | bijzin, verleden tijd |
| insmeten | bijzin, verleden tijd |
| insmijt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| insmijtend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smeet in | verleden tijd |
| smijt in | gebiedende wijs |
| te hebben ingesmeten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen insmijten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingesmeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingesmeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingesmeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingesmeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingesmeten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingesmeten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingesmeten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingesmeten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingesmeten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesmeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal insmijten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingesmeten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou insmijten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) insmijten in zou(dt) smijten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden insmijten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingesmeten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingesmeten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt insmijten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingesmeten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingesmeten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingesmeten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen insmijten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen insmijten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen insmijten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingesmeten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingesmeten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en smijten
Woordfamilie van insmijten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingesmeten | voltooid deelwoord | insmijten |
| insmeet | subordinate-clause, verleden tijd | insmijten |
| insmeten | subordinate-clause, verleden tijd | insmijten |
| insmijt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | insmijten |
| insmijte | with-subordinate-clause | insmijten |
| insmijtend | onvoltooid deelwoord | insmijten |
| insmijtende | woordvorm | insmijten |
| smeet in | verleden tijd | insmijten |
| smeten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | insmijten |
| smijt in | gebiedende wijs | insmijten |
| smijte in | woordvorm | insmijten |
| smijten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | insmijten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insmijten zijn vastgelegd.