insmeren
werkwoordBetekenis
- bedekken met een dunne laag olie of zalf
- zich insmeren met: zich bedekken met een dunne laag olie of zalf
Vervoeging van insmeren
insmerenhele werkwoord — smeerde inverleden tijd enkelvoud — smeerden inverleden tijd meervoud — ingesmeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smeer in | smeerde in |
| jij | smeert in | smeerde in |
| hij, zij, het | smeert in | smeerde in |
| wij | smeren in | smeerden in |
| jullie | smeren in | smeerden in |
| zij | smeren in | smeerden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingesmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingesmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingesmeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingesmeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingesmeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingesmeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingesmeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingesmeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingesmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te smeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen smeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal smeren | bijzin, toekomende tijd |
| in zou smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen smeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen smeren | bijzin, toekomende tijd |
| in zult smeren | bijzin, toekomende tijd |
| ingesmeerd | verleden tijd, deelwoord |
| ingesmeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingesmeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingesmeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesmeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesmeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesmeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingesmeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingesmeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingesmeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingesmeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| insmeer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| insmeerde | bijzin, verleden tijd |
| insmeerden | bijzin, verleden tijd |
| insmeert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| insmerend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smeer in | gebiedende wijs |
| smeerde in | verleden tijd |
| te hebben ingesmeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen insmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingesmeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingesmeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal insmeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingesmeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou insmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) insmeren in zou(dt) smeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden insmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingesmeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingesmeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt insmeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingesmeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingesmeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen insmeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen insmeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen insmeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingesmeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en smeren ww
Woordfamilie van insmeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingesmeerd | voltooid deelwoord | insmeren |
| ingesmeerde | woordvorm | insmeren |
| insmeer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | insmeren |
| insmeerde | subordinate-clause, verleden tijd | insmeren |
| insmeerden | subordinate-clause, verleden tijd | insmeren |
| insmeert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | insmeren |
| insmere | with-subordinate-clause | insmeren |
| insmerend | onvoltooid deelwoord | insmeren |
| insmerende | woordvorm | insmeren |
| smeer in | gebiedende wijs | insmeren |
| smeerde in | verleden tijd | insmeren |
| smeerden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | insmeren |
| smeert in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | insmeren |
| smere in | woordvorm | insmeren |
| smeren in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | insmeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insmeren zijn vastgelegd.