Naar de inhoud

insmeren

bedekken met een dunne laag olie of zalf

insmeren

werkwoord

Betekenis

  1. bedekken met een dunne laag olie of zalf
  2. zich insmeren met: zich bedekken met een dunne laag olie of zalf

Vervoeging van insmeren

insmerenhele werkwoord — smeerde inverleden tijd enkelvoud — smeerden inverleden tijd meervoud — ingesmeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smeer in smeerde in
jij smeert in smeerde in
hij, zij, het smeert in smeerde in
wij smeren in smeerden in
jullie smeren in smeerden in
zij smeren in smeerden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingesmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingesmeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingesmeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingesmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingesmeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingesmeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingesmeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingesmeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te smeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen smeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal smeren bijzin, toekomende tijd
in zou smeren bijzin, voorwaardelijk
in zouden smeren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt smeren bijzin, voorwaardelijk
in zullen smeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen smeren bijzin, toekomende tijd
in zult smeren bijzin, toekomende tijd
ingesmeerd verleden tijd, deelwoord
ingesmeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingesmeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingesmeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingesmeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingesmeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingesmeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingesmeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingesmeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingesmeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingesmeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
insmeer bijzin, tegenwoordige tijd
insmeerde bijzin, verleden tijd
insmeerden bijzin, verleden tijd
insmeert bijzin, tegenwoordige tijd
insmerend onvoltooid, deelwoord
is ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smeer in gebiedende wijs
smeerde in verleden tijd
te hebben ingesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen insmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal insmeren bijzin, toekomende tijd
zijn ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou insmeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) insmeren in zou(dt) smeren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden insmeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt insmeren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen insmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen insmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen insmeren bijzin, toekomende tijd
zult ingesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en smeren ww

Woordfamilie van insmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingesmeerd voltooid deelwoord insmeren
ingesmeerde woordvorm insmeren
insmeer subordinate-clause, tegenwoordige tijd insmeren
insmeerde subordinate-clause, verleden tijd insmeren
insmeerden subordinate-clause, verleden tijd insmeren
insmeert subordinate-clause, tegenwoordige tijd insmeren
insmere with-subordinate-clause insmeren
insmerend onvoltooid deelwoord insmeren
insmerende woordvorm insmeren
smeer in gebiedende wijs insmeren
smeerde in verleden tijd insmeren
smeerden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon insmeren
smeert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon insmeren
smere in woordvorm insmeren
smeren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon insmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insmeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over insmeren

Wat is de betekenis van insmeren?
Insmeren is een werkwoord. De betekenis is: bedekken met een dunne laag olie of zalf. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik insmeren?
Zo vervoeg je insmeren zo: het voltooid deelwoord is ingesmeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord insmeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

insmeren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

insmeren in het kort

insmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van insmeren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort insmeren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

insmeren: bedekken met een dunne laag olie of zalf
Deel insmeren — standaardnederlands.nl