inkopen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪŋkopə(n)Betekenis
- door kopen een voorraad aanleggen
- aangeschafte goederen
Hoe spreek je inkopen uit?
/ˈɪŋkopən/
Inkopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- kopen bij iemand die producten of diensten levert
Vervoeging van inkopen
inkopenhele werkwoord — kocht inverleden tijd enkelvoud — kochten inverleden tijd meervoud — ingekochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koop in | kocht in |
| jij | koopt in | kocht in |
| hij, zij, het | koopt in | kocht in |
| wij | kopen in | kochten in |
| jullie | kopen in | kochten in |
| zij | kopen in | kochten in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingekocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingekocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingekocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingekocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingekocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingekocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingekocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingekocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te kopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal kopen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen kopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen kopen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult kopen | bijzin, toekomende tijd |
| ingekocht | verleden tijd, deelwoord |
| ingekocht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekocht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekocht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekocht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekocht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekocht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekocht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekocht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inkocht | bijzin, verleden tijd |
| inkochten | bijzin, verleden tijd |
| inkoop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkoopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkopend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kocht in | verleden tijd |
| koop in | gebiedende wijs |
| te hebben ingekocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingekocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingekocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingekocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingekocht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingekocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inkopen in zou(dt) kopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingekocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekocht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inkopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingekocht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekocht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inkopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingekocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inkoop
Herkomst
ww samenstelling van in bw en kopen ww
Woordfamilie van inkopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingekocht | voltooid deelwoord | inkopen |
| ingekochte | woordvorm | inkopen |
| inkocht | subordinate-clause, verleden tijd | inkopen |
| inkochten | subordinate-clause, verleden tijd | inkopen |
| inkoopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkopen |
| inkope | with-subordinate-clause | inkopen |
| inkopend | onvoltooid deelwoord | inkopen |
| inkopende | woordvorm | inkopen |
| kocht in | verleden tijd | inkopen |
| kochten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inkopen |
| koop in | gebiedende wijs | inkopen |
| koopt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inkopen |
| kope in | woordvorm | inkopen |
| kopen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inkopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkopen zijn vastgelegd.