injagen
werkwoordBetekenis
- met grote kracht en snelheid iets ergens naartoe gooien of schieten
- iets met grote kracht of snelheid veranderen
- iets of iemand ergens met kracht naar binnen sturen
Vervoeging van injagen
injagenhele werkwoord — jaagde inverleden tijd enkelvoud — jaagden inverleden tijd meervoud — ingejaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | jaag in | jaagde in |
| jij | jaagt in | jaagde in |
| hij, zij, het | jaagt in | jaagde in |
| wij | jagen in | jaagden in |
| jullie | jagen in | jaagden in |
| zij | jagen in | jaagden in |
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingejaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingejaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingejaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingejaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingejaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te jagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen jagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal jagen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen jagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen jagen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult jagen | bijzin, toekomende tijd |
| ingejaagd | verleden tijd, deelwoord |
| ingejaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingejaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| injaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| injaagde | bijzin, verleden tijd |
| injaagden | bijzin, verleden tijd |
| injaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| injagend | onvoltooid, deelwoord |
| injoeg | bijzin, verleden tijd |
| injoegen | bijzin, verleden tijd |
| jaag in | gebiedende wijs |
| jaagde in | verleden tijd |
| joeg in | verleden tijd |
| te hebben ingejaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen injagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal injagen | bijzin, toekomende tijd |
| zou ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou injagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) injagen in zou(dt) jagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden injagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingejaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt injagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen injagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen injagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingejaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult injagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult injagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal injagen in zult/zal jagen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en jagen ww
Woordfamilie van injagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingejaagd | voltooid deelwoord | injagen |
| injaag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | injagen |
| injaagde | subordinate-clause, verleden tijd | injagen |
| injaagden | subordinate-clause, verleden tijd | injagen |
| injaagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | injagen |
| injage | with-subordinate-clause | injagen |
| injagend | onvoltooid deelwoord | injagen |
| injagende | woordvorm | injagen |
| injoeg | subordinate-clause, verleden tijd | injagen |
| injoegen | subordinate-clause, verleden tijd | injagen |
| jaag in | gebiedende wijs | injagen |
| jaagde in | verleden tijd | injagen |
| jaagden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | injagen |
| jaagt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | injagen |
| jage in | woordvorm | injagen |
| jagen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | injagen |
| joeg in | verleden tijd | injagen |
| joegen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | injagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van injagen zijn vastgelegd.