Naar de inhoud

injagen

met grote kracht en snelheid iets ergens naartoe gooien of schieten

injagen

werkwoord

Betekenis

  1. met grote kracht en snelheid iets ergens naartoe gooien of schieten
  2. iets met grote kracht of snelheid veranderen
  3. iets of iemand ergens met kracht naar binnen sturen

Vervoeging van injagen

injagenhele werkwoord — jaagde inverleden tijd enkelvoud — jaagden inverleden tijd meervoud — ingejaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jaag in jaagde in
jij jaagt in jaagde in
hij, zij, het jaagt in jaagde in
wij jagen in jaagden in
jullie jagen in jaagden in
zij jagen in jaagden in
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ingejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te jagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal jagen bijzin, toekomende tijd
in zou jagen bijzin, voorwaardelijk
in zouden jagen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt jagen bijzin, voorwaardelijk
in zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen jagen bijzin, toekomende tijd
in zult jagen bijzin, toekomende tijd
ingejaagd verleden tijd, deelwoord
ingejaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingejaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
injaag bijzin, tegenwoordige tijd
injaagde bijzin, verleden tijd
injaagden bijzin, verleden tijd
injaagt bijzin, tegenwoordige tijd
injagend onvoltooid, deelwoord
injoeg bijzin, verleden tijd
injoegen bijzin, verleden tijd
jaag in gebiedende wijs
jaagde in verleden tijd
joeg in verleden tijd
te hebben ingejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen injagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal injagen bijzin, toekomende tijd
zou ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou injagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) injagen in zou(dt) jagen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden injagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt injagen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen injagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen injagen bijzin, toekomende tijd
zult ingejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult injagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult injagen bijzin, toekomende tijd
zult/zal injagen in zult/zal jagen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en jagen ww

Woordfamilie van injagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingejaagd voltooid deelwoord injagen
injaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd injagen
injaagde subordinate-clause, verleden tijd injagen
injaagden subordinate-clause, verleden tijd injagen
injaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd injagen
injage with-subordinate-clause injagen
injagend onvoltooid deelwoord injagen
injagende woordvorm injagen
injoeg subordinate-clause, verleden tijd injagen
injoegen subordinate-clause, verleden tijd injagen
jaag in gebiedende wijs injagen
jaagde in verleden tijd injagen
jaagden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon injagen
jaagt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon injagen
jage in woordvorm injagen
jagen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon injagen
joeg in verleden tijd injagen
joegen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon injagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van injagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over injagen

Wat betekent injagen?
Injagen is een werkwoord. Het woord betekent: met grote kracht en snelheid iets ergens naartoe gooien of schieten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je injagen?
Je vervoegt injagen als volgt: het voltooid deelwoord is ingejaagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord injagen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. J 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

injagen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. J 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

injagen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

injagen in het kort

injagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van injagen zijn 49 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort injagen bij een woordfamilie van 18 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

injagen: met grote kracht en snelheid iets ergens naartoe gooien of schieten
Deel injagen — standaardnederlands.nl