Naar de inhoud

injecteren

het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald

injecteren

werkwoord

Betekenis

  1. het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald

Vervoeging van injecteren

injecterenhele werkwoord — injecteerdeverleden tijd enkelvoud — injecteerdenverleden tijd meervoud — geïnjecteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik injecteer injecteerde
jij injecteert injecteerde
hij, zij, het injecteert injecteerde
wij injecteren injecteerden
jullie injecteren injecteerden
zij injecteren injecteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnjecteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnjecteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnjecteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnjecteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnjecteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnjecteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnjecteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnjecteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnjecteerd verleden tijd, deelwoord
geïnjecteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnjecteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnjecteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnjecteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnjecteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnjecteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnjecteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnjecteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnjecteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnjecteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnjecteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
injecteer gebiedende wijs
injecteerde verleden tijd
injectere aanvoegende wijs
injecterend onvoltooid, deelwoord
is geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnjecteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te injecteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen injecteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnjecteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnjecteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnjecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnjecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnjecteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnjecteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnjecteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt injecteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnjecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnjecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnjecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen injecteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnjecteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnjecteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnjecteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult injecteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inspuiten’ voor het eerst aangetroffen in 1954

Woordfamilie van injecteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnjecteerd voltooid deelwoord injecteren
geïnjecteerde woordvorm injecteren
injecteer gebiedende wijs injecteren
injecteerde verleden tijd injecteren
injecteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon injecteren
injecteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon injecteren
injectere aanvoegende wijs injecteren
injecterend onvoltooid deelwoord injecteren
injecterende woordvorm injecteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van injecteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over injecteren

Wat betekent injecteren?
Injecteren is een werkwoord. Het woord betekent: het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald.
Hoe vervoeg je injecteren?
Je vervoegt injecteren als volgt: de tegenwoordige tijd is injecteer, de verleden tijd is injecteerde en het voltooid deelwoord is geïnjecteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord injecteren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. J 4
  4. E 1
  5. C 5
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

injecteren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. J 4
  4. E 1
  5. C 5
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

injecteren in het kort

injecteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van injecteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort injecteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

injecteren: het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald
Deel injecteren — standaardnederlands.nl