injecteren
werkwoordBetekenis
- het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald
Vervoeging van injecteren
injecterenhele werkwoord — injecteerdeverleden tijd enkelvoud — injecteerdenverleden tijd meervoud — geïnjecteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | injecteer | injecteerde |
| jij | injecteert | injecteerde |
| hij, zij, het | injecteert | injecteerde |
| wij | injecteren | injecteerden |
| jullie | injecteren | injecteerden |
| zij | injecteren | injecteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïnjecteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnjecteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnjecteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnjecteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnjecteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnjecteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnjecteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnjecteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnjecteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnjecteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnjecteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnjecteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnjecteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnjecteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnjecteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnjecteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnjecteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnjecteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnjecteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnjecteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| injecteer | gebiedende wijs |
| injecteerde | verleden tijd |
| injectere | aanvoegende wijs |
| injecterend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïnjecteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te injecteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen injecteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïnjecteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïnjecteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïnjecteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnjecteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïnjecteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnjecteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnjecteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnjecteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnjecteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnjecteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen injecteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnjecteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnjecteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnjecteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult injecteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inspuiten’ voor het eerst aangetroffen in 1954
Woordfamilie van injecteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnjecteerd | voltooid deelwoord | injecteren |
| geïnjecteerde | woordvorm | injecteren |
| injecteer | gebiedende wijs | injecteren |
| injecteerde | verleden tijd | injecteren |
| injecteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | injecteren |
| injecteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | injecteren |
| injectere | aanvoegende wijs | injecteren |
| injecterend | onvoltooid deelwoord | injecteren |
| injecterende | woordvorm | injecteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van injecteren zijn vastgelegd.