inhalen
werkwoord ˈɪnhalə(n)Betekenis
- binnen of binnenboord brengen
- een achterstand (meer dan) goed maken
Hoe spreek je inhalen uit?
/ˈɪnhalən/
Inhalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| h | hoed |
| a | maan |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inhalen
inhalenhele werkwoord — haalde inverleden tijd enkelvoud — haalden inverleden tijd meervoud — ingehaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haal in | haalde in |
| jij | haalt in | haalde in |
| hij, zij, het | haalt in | haalde in |
| wij | halen in | haalden in |
| jullie | halen in | haalden in |
| zij | halen in | haalden in |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is ingehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingehaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingehaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingehaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingehaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingehaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingehaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| haal in | gebiedende wijs |
| haalde in | verleden tijd |
| had ingehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te halen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal halen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou halen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden halen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt halen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen halen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult halen | bijzin, toekomende tijd |
| ingehaald | verleden tijd, deelwoord |
| ingehaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingehaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inhaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inhaalde | bijzin, verleden tijd |
| inhaalden | bijzin, verleden tijd |
| inhaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inhalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ingehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zou ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inhalen in zou(dt) halen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inhalen in zult/zal halen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en halen ww
Woordfamilie van inhalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haal in | gebiedende wijs | inhalen |
| haalde in | verleden tijd | inhalen |
| haalden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inhalen |
| haalt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inhalen |
| hale in | woordvorm | inhalen |
| halen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inhalen |
| ingehaald | voltooid deelwoord | inhalen |
| ingehaalde | woordvorm | inhalen |
| inhaal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inhalen |
| inhaalde | subordinate-clause, verleden tijd | inhalen |
| inhaalden | subordinate-clause, verleden tijd | inhalen |
| inhaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inhalen |
| inhale | with-subordinate-clause | inhalen |
| inhalend | onvoltooid deelwoord | inhalen |
| inhalende | woordvorm | inhalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inhalen zijn vastgelegd.