Naar de inhoud

informeren

inlichten

informeren

werkwoord

Betekenis

  1. inlichten
  2. vragen naar inlichting
  3. zich ~ zichzelf van informatie voorzien

werkwoord

  1. ~ over: inlichten transitive
  2. ~ naar: vragen naar inlichting unergative

Vervoeging van informeren

informerenhele werkwoord — informeerdeverleden tijd enkelvoud — informeerdenverleden tijd meervoud — geïnformeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik informeer informeerde
jij informeert informeerde
hij, zij, het informeert informeerde
wij informeren informeerden
jullie informeren informeerden
zij informeren informeerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnformeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnformeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnformeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnformeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnformeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnformeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnformeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnformeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnformeerd verleden tijd, deelwoord
geïnformeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnformeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnformeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnformeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnformeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnformeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnformeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnformeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnformeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnformeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnformeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
informeer gebiedende wijs
informeer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
informeer u/je , informeert je gebiedende wijs
informeerde verleden tijd
informeerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
informeerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
informeerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
informeerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
informeerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
informeerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
informeerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
informeerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
informeerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
informeerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
informeert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
informeert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
informeert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
informeert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
informeert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
informeert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
informere aanvoegende wijs
informere zich aanvoegende wijs
informeren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
informeren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
informeren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
informerend onvoltooid, deelwoord
is geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnformeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te informeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen informeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnformeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnformeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnformeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnformeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnformeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal informeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal informeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal informeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me informeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich informeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je informeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geïnformeerd hebben verleden tijd
zich informerend onvoltooid, deelwoord
zijn geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnformeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnformeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnformeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt informeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnformeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnformeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inlichten’ voor het eerst aangetroffen in 1460

Woordfamilie van informeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnformeerd voltooid deelwoord informeren
geïnformeerde woordvorm informeren
informeer gebiedende wijs informeren
informeerde verleden tijd informeren
informeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon informeren
informeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon informeren
informere aanvoegende wijs informeren
informerend onvoltooid deelwoord informeren
informerende woordvorm informeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van informeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over informeren

Wat is de betekenis van informeren?
Informeren is een werkwoord. De betekenis is: inlichten. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik informeren?
Zo vervoeg je informeren zo: de tegenwoordige tijd is informeer, de verleden tijd is informeerde en het voltooid deelwoord is geïnformeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord informeren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. F 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

informeren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. F 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

informeren in het kort

informeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van informeren staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort informeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

informeren: inlichten
Deel informeren — standaardnederlands.nl