inlichten
werkwoord ˈɪnlɪxtə(n)Betekenis
- opheldering geven
Hoe spreek je inlichten uit?
/ˈɪnlɪxtən/
Inlichten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| l | land |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inlichten
inlichtenhele werkwoord — lichtte inverleden tijd enkelvoud — lichtten inverleden tijd meervoud — ingelichtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | licht in | lichtte in |
| jij | licht in | lichtte in |
| hij, zij, het | licht in | lichtte in |
| wij | lichten in | lichtten in |
| jullie | lichten in | lichtten in |
| zij | lichten in | lichtten in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingelicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingelicht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingelicht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingelicht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingelicht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingelicht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingelicht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingelicht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingelicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te lichten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen lichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal lichten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen lichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen lichten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult lichten | bijzin, toekomende tijd |
| ingelicht | verleden tijd, deelwoord |
| ingelicht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingelicht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingelicht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelicht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelicht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelicht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingelicht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingelicht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingelicht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingelicht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inlicht | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inlichtend | onvoltooid, deelwoord |
| inlichtte | bijzin, verleden tijd |
| inlichtten | bijzin, verleden tijd |
| is ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| licht in | gebiedende wijs |
| lichtte in | verleden tijd |
| te hebben ingelicht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inlichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingelicht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingelicht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingelicht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingelicht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inlichten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingelicht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inlichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inlichten in zou(dt) lichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inlichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingelicht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingelicht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inlichten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingelicht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inlichten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inlichten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inlichten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingelicht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingelicht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘opheldering geven’ voor het eerst aangetroffen in 1866
Woordfamilie van inlichten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingelicht | voltooid deelwoord | inlichten |
| ingelichte | woordvorm | inlichten |
| inlicht | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inlichten |
| inlichte | with-subordinate-clause | inlichten |
| inlichtend | onvoltooid deelwoord | inlichten |
| inlichtende | woordvorm | inlichten |
| inlichtte | subordinate-clause, verleden tijd | inlichten |
| inlichtten | subordinate-clause, verleden tijd | inlichten |
| licht in | gebiedende wijs | inlichten |
| lichte in | woordvorm | inlichten |
| lichten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inlichten |
| lichtte in | verleden tijd | inlichten |
| lichtten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inlichten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inlichten zijn vastgelegd.