indrijven
werkwoordBetekenis
- met kracht ergens inslaan
Vervoeging van indrijven
indrijvenhele werkwoord — dreef inverleden tijd enkelvoud — dreven inverleden tijd meervoud — ingedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf in | dreef in |
| jij | drijft in | dreef in |
| hij, zij, het | drijft in | dreef in |
| wij | drijven in | dreven in |
| jullie | drijven in | dreven in |
| zij | drijven in | dreven in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dreef in | verleden tijd |
| drijf in | gebiedende wijs |
| er is ingedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingedreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingedreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingedreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingedreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingedreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingedreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| in zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| in zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| indreef | bijzin, verleden tijd |
| indreven | bijzin, verleden tijd |
| indrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| ingedreven | verleden tijd, deelwoord |
| ingedreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingedreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingedreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingedreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingedreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal indrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou indrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) indrijven in zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden indrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt indrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen indrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen indrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult indrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en drijven
Woordfamilie van indrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef in | verleden tijd | indrijven |
| dreven in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | indrijven |
| drijf in | gebiedende wijs | indrijven |
| drijft in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | indrijven |
| drijve in | woordvorm | indrijven |
| drijven in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | indrijven |
| indreef | subordinate-clause, verleden tijd | indrijven |
| indreven | subordinate-clause, verleden tijd | indrijven |
| indrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indrijven |
| indrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indrijven |
| indrijve | with-subordinate-clause | indrijven |
| indrijvend | onvoltooid deelwoord | indrijven |
| indrijvende | woordvorm | indrijven |
| ingedreven | voltooid deelwoord | indrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indrijven zijn vastgelegd.