Naar de inhoud

indrukken

door middel van drukken naar binnen doen bewegen

indrukken is meer dan één woord

indrukken

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈɪndrʏkə(n)/

Betekenis

  1. door middel van drukken naar binnen doen bewegen

Hoe spreek je indrukken uit?

/ˈɪndrʏkən/

Indrukken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪndrʏkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
d dak
r rood
ʏ put
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van indrukken

indrukkenhele werkwoord — drukte inverleden tijd enkelvoud — drukten inverleden tijd meervoud — ingedruktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik druk in drukte in
jij drukt in drukte in
hij, zij, het drukt in drukte in
wij drukken in drukten in
jullie drukken in drukten in
zij drukken in drukten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
druk in gebiedende wijs
drukte in verleden tijd
er is ingedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingedrukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingedrukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingedrukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingedrukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingedrukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingedrukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te drukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal drukken bijzin, toekomende tijd
in zou drukken bijzin, voorwaardelijk
in zouden drukken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt drukken bijzin, voorwaardelijk
in zullen drukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen drukken bijzin, toekomende tijd
in zult drukken bijzin, toekomende tijd
indruk bijzin, tegenwoordige tijd
indrukkend onvoltooid, deelwoord
indrukt bijzin, tegenwoordige tijd
indrukte bijzin, verleden tijd
indrukten bijzin, verleden tijd
ingedrukt verleden tijd, deelwoord
ingedrukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingedrukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingedrukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedrukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedrukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingedrukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingedrukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingedrukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingedrukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingedrukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen indrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal indrukken bijzin, toekomende tijd
zal ingedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou indrukken bijzin, voorwaardelijk
zou ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) indrukken in zou(dt) drukken bijzin, voorwaardelijk
zouden indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden indrukken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt indrukken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen indrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen indrukken bijzin, toekomende tijd
zullen ingedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult indrukken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord indruk

Herkomst

samenstelling van in bw en drukken ww

Woordfamilie van indrukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
druk in gebiedende wijs indrukken
drukke in woordvorm indrukken
drukken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon indrukken
drukt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon indrukken
drukte in verleden tijd indrukken
drukten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon indrukken
indrukke with-subordinate-clause indrukken
indrukkend onvoltooid deelwoord indrukken
indrukkende woordvorm indrukken
indrukt subordinate-clause, tegenwoordige tijd indrukken
indrukte subordinate-clause, verleden tijd indrukken
indrukten subordinate-clause, verleden tijd indrukken
ingedrukt voltooid deelwoord indrukken
ingedrukte woordvorm indrukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indrukken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over indrukken

Hoe spreek ik indrukken uit?
Zo spreek je indrukken uit: /ˈɪndrʏkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van indrukken?
Indrukken is een werkwoord. De betekenis is: door middel van drukken naar binnen doen bewegen.
Hoe vervoeg ik indrukken?
Zo vervoeg je indrukken zo: het voltooid deelwoord is ingedrukt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord indrukken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 4
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

indrukken levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

indrukken in het kort

indrukken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van indrukken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort indrukken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

indrukken: door middel van drukken naar binnen doen bewegen
Deel indrukken — standaardnederlands.nl