indexeren
werkwoordBetekenis
- iets van een index (inhoudsopgave) voorzien
- een database van een index (inhoudsopgave) voorzien
- corrigeren voor inflatie, binden aan een index
- in een index (register) opnemen
- een index maken op
- een cijfer aanbrengen bij een variabele
- Miller-indices toekennen aan reflecties
Vervoeging van indexeren
indexerenhele werkwoord — indexeerdeverleden tijd enkelvoud — indexeerdenverleden tijd meervoud — geïndexeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | indexeer | indexeerde |
| jij | indexeert | indexeerde |
| hij, zij, het | indexeert | indexeerde |
| wij | indexeren | indexeerden |
| jullie | indexeren | indexeerden |
| zij | indexeren | indexeerden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geïndexeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïndexeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïndexeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïndexeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïndexeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïndexeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïndexeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïndexeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïndexeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïndexeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïndexeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïndexeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïndexeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïndexeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïndexeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïndexeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïndexeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïndexeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïndexeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïndexeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| indexeer | gebiedende wijs |
| indexeerde | verleden tijd |
| indexere | aanvoegende wijs |
| indexerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïndexeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te indexeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indexeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïndexeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïndexeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geïndexeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden geïndexeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïndexeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïndexeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïndexeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïndexeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïndexeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïndexeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïndexeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïndexeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïndexeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïndexeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïndexeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen indexeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïndexeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult indexeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse indexer met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van indexeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïndexeerd | voltooid deelwoord | indexeren |
| geïndexeerde | woordvorm | indexeren |
| indexeer | gebiedende wijs | indexeren |
| indexeerde | verleden tijd | indexeren |
| indexeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | indexeren |
| indexeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | indexeren |
| indexere | aanvoegende wijs | indexeren |
| indexerend | onvoltooid deelwoord | indexeren |
| indexerende | woordvorm | indexeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indexeren zijn vastgelegd.