Naar de inhoud

inburgeren

wennen in een nieuwe cultuur en het aanleren van de plaatselijke taal

inburgeren

werkwoord

Betekenis

  1. wennen in een nieuwe cultuur en het aanleren van de plaatselijke taal
  2. moeite doen zich aan te passen aan een nieuwe omgeving
  3. Vooral indien het werkwoord toegepast wordt op iets anders dan een persoon volgt vaak een ergatieve constructie met raken

Vervoeging van inburgeren

inburgerenhele werkwoord — burgerde inverleden tijd enkelvoud — burgerden inverleden tijd meervoud — ingeburgerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik burger in burgerde in
jij burgert in burgerde in
hij, zij, het burgert in burgerde in
wij burgeren in burgerden in
jullie burgeren in burgerden in
zij burgeren in burgerden in
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
burger in gebiedende wijs
burger u/je in, burgert je in gebiedende wijs
burgerde in verleden tijd
ev. gebiedende wijs
in te burgeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen burgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal burgeren bijzin, toekomende tijd
in zou burgeren bijzin, voorwaardelijk
in zouden burgeren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt burgeren bijzin, voorwaardelijk
in zullen burgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen burgeren bijzin, toekomende tijd
in zult burgeren bijzin, toekomende tijd
inburger bijzin, tegenwoordige tijd
inburgerde bijzin, verleden tijd
inburgerden bijzin, verleden tijd
inburgerend onvoltooid, deelwoord
inburgert bijzin, tegenwoordige tijd
ingeburgerd verleden tijd, deelwoord
ingeburgerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeburgerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn ingeburgerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inburgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeburgerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeburgerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeburgerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeburgerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inburgeren bijzin, toekomende tijd
zal ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me inburgeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich inburgeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je inburgeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich inburgerend onvoltooid, deelwoord
zich ingeburgerd hebben verleden tijd
zijn ingeburgerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inburgeren bijzin, voorwaardelijk
zou ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inburgeren in zou(dt) burgeren bijzin, voorwaardelijk
zouden inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inburgeren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inburgeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inburgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inburgeren bijzin, toekomende tijd
zullen ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je inburgeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons inburgeren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich inburgeren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult inburgeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inburgeren bijzin, toekomende tijd
zult ingeburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult u inburgeren tweede persoon
zult u inburgeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u inburgeren tweede persoon
zult zich/u inburgeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult/zal inburgeren in zult/zal burgeren bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘opgenomen worden in een (taal)gemeenschap’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Woordfamilie van inburgeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
burger in gebiedende wijs inburgeren
burgerde in verleden tijd inburgeren
burgerden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inburgeren
burgere in woordvorm inburgeren
burgeren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inburgeren
burgert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inburgeren
inburger subordinate-clause, tegenwoordige tijd inburgeren
inburgerde subordinate-clause, verleden tijd inburgeren
inburgerden subordinate-clause, verleden tijd inburgeren
inburgere with-subordinate-clause inburgeren
inburgerend onvoltooid deelwoord inburgeren
inburgerende woordvorm inburgeren
inburgert subordinate-clause, tegenwoordige tijd inburgeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inburgeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over inburgeren

Wat is de betekenis van inburgeren?
Inburgeren is een werkwoord. De betekenis is: wennen in een nieuwe cultuur en het aanleren van de plaatselijke taal. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inburgeren?
Zo vervoeg je inburgeren zo: het voltooid deelwoord is ingeburgerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inburgeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. B 3
  4. U 4
  5. R 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inburgeren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. B 4
  4. U 2
  5. R 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inburgeren in het kort

inburgeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inburgeren staan er 57 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inburgeren bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inburgeren: wennen in een nieuwe cultuur en het aanleren van de plaatselijke taal
Deel inburgeren — standaardnederlands.nl