Naar de inhoud

huwen

in de echt treden, trouwen

huwen

werkwoord

Betekenis

  1. in de echt treden, trouwen

Vervoeging van huwen

huwenhele werkwoord — huwdeverleden tijd enkelvoud — huwdenverleden tijd meervoud — gehuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik huw huwde
jij huwt huwde
hij, zij, het huwt huwde
wij huwen huwden
jullie huwen huwden
zij huwen huwden
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehuwd verleden tijd, deelwoord
gehuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehuwd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehuwd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
huw gebiedende wijs
huwde verleden tijd
huwe aanvoegende wijs
huwend onvoltooid, deelwoord
is gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben/zijn gehuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te huwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen huwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt huwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen huwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult huwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘trouwen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236

Woordfamilie van huwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
huw gebiedende wijs huwen
huwde verleden tijd huwen
huwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon huwen
huwe aanvoegende wijs huwen
huwend onvoltooid deelwoord huwen
huwende woordvorm huwen
huwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon huwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huwen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over huwen

Wat is de betekenis van huwen?
Huwen is een werkwoord. De betekenis is: in de echt treden, trouwen.
Hoe vervoeg ik huwen?
Zo vervoeg je huwen zo: de tegenwoordige tijd is huw, de verleden tijd is huwde en het voltooid deelwoord is gehuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord huwen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. U 4
  3. W 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

huwen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. U 2
  3. W 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. 13 zonder bonus
  7. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

huwen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

huwen in het kort

huwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van huwen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort huwen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

huwen: in de echt treden, trouwen
Deel huwen — standaardnederlands.nl