huzaar
zelfstandig naamwoord /hʊ.ˈzaːʁ/Betekenis
- een ruiterijsoldaat
Hoe spreek je huzaar uit?
/hʊˈzaʁ/
Huzaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ʊ | boek |
| z | zon |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huzaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huzaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| huzaren | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘soldaat van de ruiterij’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van huzaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huzaartje | verkleinwoord | huzaar |
| huzaartjes | verkleinwoord meervoud | huzaar |
| huzaren | meervoud | huzaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huzaar zijn vastgelegd.