turken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈtʏrkə(n)/Betekenis
- plagen, mishandelen, razen, tieren, handelen als een Turk (of althans zoals er gedacht werd dat Turken zouden handelen)
Hoe spreek je turken uit?
/ˈtʏrkən/
Turken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ʏ | put |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van turken
turkenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord turk
Herkomst
afgeleid van Turk met het achtervoegsel -en; vergelijk Frans traiter de Turc à Maure "met iemand omgaan als van Turk tot Moor", omdat de Turken tijdens hun heerschappij over Noord-Afrika weinig respect toonden voor de bevolking
Woordfamilie van turken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geturkt | woordvorm | turken |
| geturkte | woordvorm | turken |
| turke | woordvorm | turken |
| turkend | woordvorm | turken |
| turkende | woordvorm | turken |
| turkt | woordvorm | turken |
| turkte | woordvorm | turken |
| turkten | woordvorm | turken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van turken zijn vastgelegd.