honing
zelfstandig naamwoord ˈhonɪŋBetekenis
- een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen, waarna deze door o.a. mensen wordt geconsumeerd
- een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen
Hoe spreek je honing uit?
/ˈhonɪŋ/
Honing bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Herkomst
In de betekenis van ‘stof door bijen uit bloemvocht bereid’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van honing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| honingen | meervoud | honing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van honing zijn vastgelegd.