honen
werkwoordBetekenis
- bespotten, uitlachen
- een vorm van slijpen waarmee zeer nauwkeurig een dun laagje van de binnenomtrek van een cilinder wordt weggenomen
Vervoeging van honen
honenhele werkwoord — hoondeverleden tijd enkelvoud — hoondenverleden tijd meervoud — gehoondvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hoon | hoonde |
| jij | hoont | hoonde |
| hij, zij, het | hoont | hoonde |
| wij | honen | hoonden |
| jullie | honen | hoonden |
| zij | honen | hoonden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehoond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehoond | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehoond | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehoond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehoond worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehoond zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehoond worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehoond zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehoond | verleden tijd, deelwoord |
| gehoond te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehoond te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehoond te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehoond te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehoond te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehoond worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehoond zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehoond zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehoond zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehoond zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehoond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hone | aanvoegende wijs |
| honend | onvoltooid, deelwoord |
| hoon | gebiedende wijs |
| hoonde | verleden tijd |
| is gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gehoond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te honen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen honen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehoond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehoond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehoond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehoond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehoond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehoond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehoond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehoond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehoond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehoond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt honen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehoond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehoond zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehoond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen honen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehoond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehoond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehoond zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult honen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘smaden’ voor het eerst aangetroffen in 1080
Woordfamilie van honen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehoond | voltooid deelwoord | honen |
| gehoonde | woordvorm | honen |
| hone | aanvoegende wijs | honen |
| hoonde | verleden tijd | honen |
| hoonden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | honen |
| hoont | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | honen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van honen zijn vastgelegd.