hoon
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- honende uitlating
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van honen
- gebiedende wijs van honen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van honen
Vervoeging van hoon
hoonhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘smadelijke bejegening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287