Naar de inhoud

hijsen

iets met een touw of kabel in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol

hijsen is meer dan één woord

hijsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iets met een touw of kabel in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol

Vervoeging van hijsen

hijsenhele werkwoord — heesverleden tijd enkelvoud — hesenverleden tijd meervoud — gehesenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hijs hees
jij hijst hees
hij, zij, het hijst hees
wij hijsen hesen
jullie hijsen hesen
zij hijsen hesen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehesen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehesen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehesen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehesen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehesen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehesen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehesen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehesen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehesen verleden tijd, deelwoord
gehesen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehesen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehesen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehesen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehesen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehesen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehesen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehesen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehesen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehesen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehesen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehesen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehesen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehesen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehesen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehesen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehesen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehesen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hees verleden tijd
hijs gebiedende wijs
hijse aanvoegende wijs
hijsend onvoltooid, deelwoord
is gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehesen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hijsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hijsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehesen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehesen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehesen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehesen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehesen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehesen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehesen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehesen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehesen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehesen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehesen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehesen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehesen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehesen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehesen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehesen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehesen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehesen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehesen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hijsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gehesen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehesen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehesen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hijsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehesen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehesen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gehesen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hijsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hijs

Herkomst

In de betekenis van ‘naar boven trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1645

Woordfamilie van hijsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehesen voltooid deelwoord hijsen
hesen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hijsen
hijschen woordvorm hijsen
hijse aanvoegende wijs hijsen
hijsend onvoltooid deelwoord hijsen
hijsende woordvorm hijsen
hijst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hijsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hijsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over hijsen

Wat betekent hijsen?
Hijsen is een werkwoord. Het woord betekent: iets met een touw of kabel in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol.
Hoe vervoeg je hijsen?
Je vervoegt hijsen als volgt: de tegenwoordige tijd is hijs, de verleden tijd is hees en het voltooid deelwoord is gehesen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hijsen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hijsen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hijsen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

hijsen in het kort

hijsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van hijsen zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hijsen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hijsen: iets met een touw of kabel in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol
Deel hijsen — standaardnederlands.nl