Naar de inhoud

hervallen

opnieuw ziek worden

hervallen

werkwoord

Betekenis

  1. opnieuw ziek worden

werkwoord

  1. opnieuw in een slechte gewoonte vervallen ergative

Vervoeging van hervallen

hervallenhele werkwoord — hervielverleden tijd enkelvoud — hervielenverleden tijd meervoud — hervallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herval herviel
jij hervalt herviel
hij, zij, het hervalt herviel
wij hervallen hervielen
jullie hervallen hervielen
zij hervallen hervielen
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had hervallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had hervallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had hervallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden hervallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden hervallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden hervallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt hervallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herval gebiedende wijs
hervalle aanvoegende wijs
hervallen verleden tijd, deelwoord
hervallen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hervallen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hervallend onvoltooid, deelwoord
herviel verleden tijd
te hebben hervallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hervallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hervallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen hervallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van hervallen

Vervoeging van hervallen

hervallenhele werkwoord — hervielverleden tijd enkelvoud — hervielenverleden tijd meervoud — hervallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herval herviel
jij hervalt herviel
hij, zij, het hervalt herviel
wij hervallen hervielen
jullie hervallen hervielen
zij hervallen hervielen
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had hervallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had hervallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had hervallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden hervallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden hervallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden hervallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt hervallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herval gebiedende wijs
hervalle aanvoegende wijs
hervallen verleden tijd, deelwoord
hervallen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hervallen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hervallend onvoltooid, deelwoord
herviel verleden tijd
te hebben hervallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hervallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hervallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt hervallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt hervallen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen hervallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult hervallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult hervallen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van vallen met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van hervallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herval gebiedende wijs hervallen
hervalle aanvoegende wijs hervallen
hervallend onvoltooid deelwoord hervallen
hervallende woordvorm hervallen
hervalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hervallen
herviel verleden tijd hervallen
hervielen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hervallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hervallen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hervallen

Wat betekent hervallen?
Hervallen is een werkwoord. Het woord betekent: opnieuw ziek worden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je hervallen?
Je vervoegt hervallen als volgt: de tegenwoordige tijd is herval, de verleden tijd is herviel en het voltooid deelwoord is hervallen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hervallen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hervallen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hervallen in het kort

hervallen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van hervallen zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort hervallen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

hervallen: opnieuw ziek worden
Deel hervallen — standaardnederlands.nl