Naar de inhoud

hervatten

een activiteit opnieuw beginnen na deze eerder gestaakt te hebben

hervatten

werkwoord

Betekenis

  1. een activiteit opnieuw beginnen na deze eerder gestaakt te hebben

Vervoeging van hervatten

hervattenhele werkwoord — hervatteverleden tijd enkelvoud — hervatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hervat hervatte
jij hervat hervatte
hij, zij, het hervat hervatte
wij hervatten —
jullie hervatten —
zij hervatten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is hervat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was hervat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd hervat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt hervat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal hervat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal hervat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou hervat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou hervat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had hervat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had hervat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had hervat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden hervat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden hervat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden hervat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt hervat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb hervat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben hervat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben hervat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt hervat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hervat gebiedende wijs
hervat verleden tijd, deelwoord
hervat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hervat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hervatte verleden tijd
hervatte aanvoegende wijs
hervattend onvoltooid, deelwoord
te hebben hervat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hervatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hervatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal hervat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hervat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hervat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen hervat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hervat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hervat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hervatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult hervat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van hervatten

Vervoeging van hervatten

hervattenhele werkwoord — hervatteverleden tijd enkelvoud — hervatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hervat hervatte
jij hervat hervatte
hij, zij, het hervat hervatte
wij hervatten —
jullie hervatten —
zij hervatten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is hervat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was hervat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd hervat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt hervat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal hervat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal hervat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou hervat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou hervat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had hervat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had hervat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had hervat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden hervat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden hervat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden hervat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt hervat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb hervat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben hervat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben hervat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben hervat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt hervat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft hervat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hervat gebiedende wijs
hervat verleden tijd, deelwoord
hervat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
hervat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hervatte verleden tijd
hervatte aanvoegende wijs
hervattend onvoltooid, deelwoord
te hebben hervat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hervatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hervatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal hervat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal hervat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal hervat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt hervat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hervatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen hervat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen hervat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen hervat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hervatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult hervat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hervatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van vatten met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van hervatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hervat voltooid deelwoord hervatten
hervatte verleden tijd hervatten
hervattend onvoltooid deelwoord hervatten
hervattende woordvorm hervatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hervatten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hervatten

Wat is de betekenis van hervatten?
Hervatten is een werkwoord. De betekenis is: een activiteit opnieuw beginnen na deze eerder gestaakt te hebben.
Hoe vervoeg ik hervatten?
Zo vervoeg je hervatten zo: de tegenwoordige tijd is hervat, de verleden tijd is hervatte en het voltooid deelwoord is hervat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hervatten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hervatten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. A 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hervatten in het kort

hervatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van hervatten staan er 36 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hervatten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hervatten: een activiteit opnieuw beginnen na deze eerder gestaakt te hebben
Deel hervatten — standaardnederlands.nl