herstructureren
werkwoordBetekenis
- een andere structuur geven
werkwoord
- massaontslagen doorvoeren bij een (verlieslijdend) bedrijf om loonkosten te besparen euphemistic
Vervoeging van herstructureren
herstructurerenhele werkwoord — herstructureerdeverleden tijd enkelvoud — herstructureerdenverleden tijd meervoud — geherstructureerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herstructureer | herstructureerde |
| jij | herstructureert | herstructureerde |
| hij, zij, het | herstructureert | herstructureerde |
| wij | herstructureren | herstructureerden |
| jullie | herstructureren | herstructureerden |
| zij | herstructureren | herstructureerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geherstructureerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geherstructureerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geherstructureerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geherstructureerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geherstructureerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geherstructureerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geherstructureerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geherstructureerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geherstructureerd | verleden tijd, deelwoord |
| geherstructureerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geherstructureerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geherstructureerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geherstructureerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geherstructureerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geherstructureerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geherstructureerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geherstructureerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geherstructureerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geherstructureerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geherstructureerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herstructureer | gebiedende wijs |
| herstructureerde | verleden tijd |
| herstructurere | aanvoegende wijs |
| herstructurerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geherstructureerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herstructureren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herstructureren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geherstructureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geherstructureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geherstructureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geherstructureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geherstructureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geherstructureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geherstructureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geherstructureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geherstructureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geherstructureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herstructureren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geherstructureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geherstructureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geherstructureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herstructureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse restructurer (met het voorvoegsel her- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van herstructureren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geherstructureerd | voltooid deelwoord | herstructureren |
| geherstructureerde | woordvorm | herstructureren |
| herstructureer | gebiedende wijs | herstructureren |
| herstructureerde | verleden tijd | herstructureren |
| herstructureerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herstructureren |
| herstructureert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herstructureren |
| herstructurere | aanvoegende wijs | herstructureren |
| herstructurerend | onvoltooid deelwoord | herstructureren |
| herstructurerende | woordvorm | herstructureren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herstructureren zijn vastgelegd.