herstemmen
werkwoordBetekenis
- overnieuw stemmen (waarschijnlijk vooral bij een verkiezing)
Vervoeging van herstemmen
herstemmenhele werkwoord — herstemdeverleden tijd enkelvoud — herstemdenverleden tijd meervoud — herstemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herstem | herstemde |
| jij | herstemt | herstemde |
| hij, zij, het | herstemt | herstemde |
| wij | herstemmen | herstemden |
| jullie | herstemmen | herstemden |
| zij | herstemmen | herstemden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had herstemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herstemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herstemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herstemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herstemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herstemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herstemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herstemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herstemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herstem | gebiedende wijs |
| herstemd | verleden tijd, deelwoord |
| herstemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herstemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herstemde | verleden tijd |
| herstemme | aanvoegende wijs |
| herstemmend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben herstemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herstemmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herstemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herstemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herstemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult herstemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herstemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Naamwoord van handeling van stemmen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herstemmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herstem | gebiedende wijs | herstemmen |
| herstemd | voltooid deelwoord | herstemmen |
| herstemde | verleden tijd | herstemmen |
| herstemden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herstemmen |
| herstemme | aanvoegende wijs | herstemmen |
| herstemmend | onvoltooid deelwoord | herstemmen |
| herstemmende | woordvorm | herstemmen |
| herstemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herstemmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herstemmen zijn vastgelegd.