hert
zelfstandig naamwoord hɛrtBetekenis
- herkauwend zoogdier, het mannetje draagt een gewei
- hart
Hoe spreek je hert uit?
/hɛrt/
Hert bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor herkauwende zoogdieren uit de familie Cervidae, waarvan de mannetjes een gewei hebben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| herten | meervoud |
| hertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord van Middelnederlands hert van Oudnederlands hirut, in de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van hert
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herten | meervoud | hert |
| hertje | verkleinwoord | hert |
| hertjes | verkleinwoord meervoud | hert |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hert zijn vastgelegd.