heronderhandelen
werkwoordBetekenis
- ~ over opnieuw over iets onderhandelen
- iets ~ iets opnieuw onderhevig maken aan onderhandeling
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van heronderhandelen
heronderhandelenhele werkwoord — heronderhandeldeverleden tijd enkelvoud — heronderhandeldenverleden tijd meervoud — heronderhandeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | heronderhandel | heronderhandelde |
| jij | heronderhandelt | heronderhandelde |
| hij, zij, het | heronderhandelt | heronderhandelde |
| wij | heronderhandelen | heronderhandelden |
| jullie | heronderhandelen | heronderhandelden |
| zij | heronderhandelen | heronderhandelden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is heronderhandeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was heronderhandeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd heronderhandeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt heronderhandeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal heronderhandeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal heronderhandeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou heronderhandeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou heronderhandeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heronderhandeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heronderhandel | gebiedende wijs |
| heronderhandeld | verleden tijd, deelwoord |
| heronderhandeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heronderhandeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heronderhandeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heronderhandeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heronderhandeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heronderhandeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| heronderhandeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| heronderhandeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heronderhandeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heronderhandeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heronderhandelde | verleden tijd |
| heronderhandele | aanvoegende wijs |
| heronderhandelend | onvoltooid, deelwoord |
| is heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben heronderhandeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te heronderhandelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heronderhandelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was heronderhandeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd heronderhandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden heronderhandeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden heronderhandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt heronderhandeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heronderhandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal heronderhandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn heronderhandeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heronderhandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou heronderhandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heronderhandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heronderhandeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt heronderhandeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heronderhandeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heronderhandeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heronderhandelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult heronderhandeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heronderhandelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van onderhandelen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van heronderhandelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heronderhandel | gebiedende wijs | heronderhandelen |
| heronderhandeld | voltooid deelwoord | heronderhandelen |
| heronderhandelde | verleden tijd | heronderhandelen |
| heronderhandelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heronderhandelen |
| heronderhandele | aanvoegende wijs | heronderhandelen |
| heronderhandelend | onvoltooid deelwoord | heronderhandelen |
| heronderhandelende | woordvorm | heronderhandelen |
| heronderhandelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heronderhandelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heronderhandelen zijn vastgelegd.