hernoemen
werkwoordBetekenis
- een andere naam geven
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van hernoemen
hernoemenhele werkwoord — hernoemdeverleden tijd enkelvoud — hernoemdenverleden tijd meervoud — hernoemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hernoem | hernoemde |
| jij | hernoemt | hernoemde |
| hij, zij, het | hernoemt | hernoemde |
| wij | hernoemen | hernoemden |
| jullie | hernoemen | hernoemden |
| zij | hernoemen | hernoemden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is hernoemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was hernoemd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd hernoemd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt hernoemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal hernoemd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal hernoemd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou hernoemd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou hernoemd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had hernoemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had hernoemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had hernoemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden hernoemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden hernoemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden hernoemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt hernoemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hernoemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hernoem | gebiedende wijs |
| hernoemd | verleden tijd, deelwoord |
| hernoemd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hernoemd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| hernoemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hernoemd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hernoemd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| hernoemd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hernoemd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hernoemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hernoemd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hernoemd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hernoemde | verleden tijd |
| hernoeme | aanvoegende wijs |
| hernoemend | onvoltooid, deelwoord |
| is hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben hernoemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hernoemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hernoemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren hernoemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was hernoemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd hernoemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden hernoemd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden hernoemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt hernoemd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hernoemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal hernoemd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn hernoemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hernoemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou hernoemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hernoemd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hernoemd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt hernoemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hernoemd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hernoemd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hernoemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult hernoemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hernoemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van noemen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van hernoemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hernoem | gebiedende wijs | hernoemen |
| hernoemd | voltooid deelwoord | hernoemen |
| hernoemde | verleden tijd | hernoemen |
| hernoemden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hernoemen |
| hernoeme | aanvoegende wijs | hernoemen |
| hernoemend | onvoltooid deelwoord | hernoemen |
| hernoemende | woordvorm | hernoemen |
| hernoemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hernoemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hernoemen zijn vastgelegd.