herontdekken
werkwoordBetekenis
- opnieuw ontdekken, weer populair worden van iets wat in de vergetelheid was geraakt
Vervoeging van herontdekken
herontdekkenhele werkwoord — herontdekteverleden tijd enkelvoud — herontdektenverleden tijd meervoud — herontdektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herontdek | herontdekte |
| jij | herontdekt | herontdekte |
| hij, zij, het | herontdekt | herontdekte |
| wij | herontdekken | herontdekten |
| jullie | herontdekken | herontdekten |
| zij | herontdekken | herontdekten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had herontdekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herontdekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herontdekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herontdekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herontdekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herontdekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herontdekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herontdekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herontdekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herontdek | gebiedende wijs |
| herontdekke | aanvoegende wijs |
| herontdekkend | onvoltooid, deelwoord |
| herontdekt | verleden tijd, deelwoord |
| herontdekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herontdekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herontdekte | verleden tijd |
| te hebben herontdekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herontdekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herontdekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herontdekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herontdekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herontdekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herontdekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van ontdekken met het voorvoegsel her-.
Woordfamilie van herontdekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herontdek | gebiedende wijs | herontdekken |
| herontdekke | aanvoegende wijs | herontdekken |
| herontdekkend | onvoltooid deelwoord | herontdekken |
| herontdekkende | woordvorm | herontdekken |
| herontdekt | voltooid deelwoord | herontdekken |
| herontdekte | verleden tijd | herontdekken |
| herontdekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herontdekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herontdekken zijn vastgelegd.