Naar de inhoud

herladen

een wapen opnieuw vullen met ammunitie

herladen

werkwoord

Betekenis

  1. een wapen opnieuw vullen met ammunitie

Vervoeging van herladen

herladenhele werkwoord — herlaaddeverleden tijd enkelvoud — herlaaddenverleden tijd meervoud — herladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herlaad herlaadde
jij herlaadt herlaadde
hij, zij, het herlaadt herlaadde
wij herladen herlaadden
jullie herladen herlaadden
zij herladen herlaadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is herladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herlaad gebiedende wijs
herlaadde verleden tijd
herlade aanvoegende wijs
herladen verleden tijd, deelwoord
herladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herladend onvoltooid, deelwoord
is herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herladen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal herladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen herladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen herladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult herladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van herladen

Vervoeging van herladen

herladenhele werkwoord — herlaaddeverleden tijd enkelvoud — herlaaddenverleden tijd meervoud — herladenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herlaad herlaadde
jij herlaadt herlaadde
hij, zij, het herlaadt herlaadde
wij herladen herlaadden
jullie herladen herlaadden
zij herladen herlaadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is herladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herladen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herladen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herladen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herladen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herladen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herladen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herladen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herlaad gebiedende wijs
herlaadde verleden tijd
herlade aanvoegende wijs
herladen verleden tijd, deelwoord
herladen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herladen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herladen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herladen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herladen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herladen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herladen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herladen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herladen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herladen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herladend onvoltooid, deelwoord
is herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herladen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herladen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herladen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was herladen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was herladen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt herladen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt herladen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal herladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn herladen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn herladen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt herladen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt herladen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt herladen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herladen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herladen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen herladen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen herladen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herladen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herladen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herladen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult herladen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult herladen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herladen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult herladen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van laden met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herladen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herlaad gebiedende wijs herladen
herlaadde verleden tijd herladen
herlaadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon herladen
herlaadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herladen
herlade aanvoegende wijs herladen
herladend onvoltooid deelwoord herladen
herladende woordvorm herladen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herladen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over herladen

Wat is de betekenis van herladen?
Herladen is een werkwoord. De betekenis is: een wapen opnieuw vullen met ammunitie.
Hoe vervoeg ik herladen?
Zo vervoeg je herladen zo: de tegenwoordige tijd is herlaad, de verleden tijd is herlaadde en het voltooid deelwoord is herladen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herladen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herladen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herladen in het kort

herladen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van herladen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort herladen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

herladen: een wapen opnieuw vullen met ammunitie
Deel herladen — standaardnederlands.nl