herladen
werkwoordBetekenis
- een wapen opnieuw vullen met ammunitie
Vervoeging van herladen
herladenhele werkwoord — herlaaddeverleden tijd enkelvoud — herlaaddenverleden tijd meervoud — herladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herlaad | herlaadde |
| jij | herlaadt | herlaadde |
| hij, zij, het | herlaadt | herlaadde |
| wij | herladen | herlaadden |
| jullie | herladen | herlaadden |
| zij | herladen | herlaadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herlaad | gebiedende wijs |
| herlaadde | verleden tijd |
| herlade | aanvoegende wijs |
| herladen | verleden tijd, deelwoord |
| herladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herladend | onvoltooid, deelwoord |
| is herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herladen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van herladen
Vervoeging van herladen
herladenhele werkwoord — herlaaddeverleden tijd enkelvoud — herlaaddenverleden tijd meervoud — herladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herlaad | herlaadde |
| jij | herlaadt | herlaadde |
| hij, zij, het | herlaadt | herlaadde |
| wij | herladen | herlaadden |
| jullie | herladen | herlaadden |
| zij | herladen | herlaadden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herlaad | gebiedende wijs |
| herlaadde | verleden tijd |
| herlade | aanvoegende wijs |
| herladen | verleden tijd, deelwoord |
| herladen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herladen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herladen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herladen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herladen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herladen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herladen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herladen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herladend | onvoltooid, deelwoord |
| is herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herladen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herladen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herladen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herladen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herladen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herladen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herladen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herladen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herladen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van laden met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herlaad | gebiedende wijs | herladen |
| herlaadde | verleden tijd | herladen |
| herlaadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herladen |
| herlaadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herladen |
| herlade | aanvoegende wijs | herladen |
| herladend | onvoltooid deelwoord | herladen |
| herladende | woordvorm | herladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herladen zijn vastgelegd.