herkrijgen
werkwoordBetekenis
- opnieuw verwerven
Vervoeging van herkrijgen
herkrijgenhele werkwoord — herkreegverleden tijd enkelvoud — herkregenverleden tijd meervoud — herkregenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herkrijg | herkreeg |
| jij | herkrijgt | herkreeg |
| hij, zij, het | herkrijgt | herkreeg |
| wij | herkrijgen | herkregen |
| jullie | herkrijgen | herkregen |
| zij | herkrijgen | herkregen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herkregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herkregen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herkregen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herkregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herkregen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herkregen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herkregen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herkregen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herkreeg | verleden tijd |
| herkregen | verleden tijd, deelwoord |
| herkregen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkregen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkregen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkregen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkregen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkregen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkregen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkregen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkregen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkregen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkrijg | gebiedende wijs |
| herkrijge | aanvoegende wijs |
| herkrijgend | onvoltooid, deelwoord |
| is herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herkregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult herkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van krijgen met het voorvoegsel her-.
Woordfamilie van herkrijgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herkreeg | verleden tijd | herkrijgen |
| herkregen | voltooid deelwoord | herkrijgen |
| herkrijg | gebiedende wijs | herkrijgen |
| herkrijge | aanvoegende wijs | herkrijgen |
| herkrijgend | onvoltooid deelwoord | herkrijgen |
| herkrijgende | woordvorm | herkrijgen |
| herkrijgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herkrijgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herkrijgen zijn vastgelegd.