hengst
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɦɛŋst/Betekenis
- een al dan niet gecastreerd mannelijk paard
- een vurige minnaar, een knappe man
- een knal of harde klap
- een vissersvaartuig van de Westerschelde
Hoe spreek je hengst uit?
/hɛŋst/
Hengst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hengsten | meervoud |
| hengstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hengstjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van hengsten
- gebiedende wijs van hengsten
Vervoeging van hengst
hengsthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘mannelijk paard’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Woordfamilie van hengst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hengstje | verkleinwoord | hengst |
| hengstjes | verkleinwoord meervoud | hengst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hengst zijn vastgelegd.