Naar de inhoud

heien

het in de grond drijven van een lange houten of betonnen paal als de fundering voor een gebouw of kunstwerk

heien is meer dan één woord

heien

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. het in de grond drijven van een lange houten of betonnen paal als de fundering voor een gebouw of kunstwerk
  2. in de grond stampen, instampen, vaststampen.

Vervoeging van heien

heienhele werkwoord — heideverleden tijd enkelvoud — heidenverleden tijd meervoud — geheidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hei heide
jij heit heide
hij, zij, het heit heide
wij heien heiden
jullie heien heiden
zij heien heiden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geheid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geheid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geheid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geheid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geheid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geheid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geheid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geheid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geheid verleden tijd, deelwoord
geheid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geheid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geheid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geheid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geheid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geheid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geheid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geheid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geheid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geheid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geheid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geheid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geheid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geheid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geheid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geheid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geheid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hei gebiedende wijs
heide verleden tijd
heie aanvoegende wijs
heiend onvoltooid, deelwoord
te hebben geheid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te heien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geheid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geheid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geheid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geheid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geheid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geheid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geheid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geheid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hei

Herkomst

In de betekenis van ‘in de grond stampen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Woordfamilie van heien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heie aanvoegende wijs heien
heiend onvoltooid deelwoord heien
heiende woordvorm heien
heit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon heien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over heien

Wat is de betekenis van heien?
Heien is een werkwoord. De betekenis is: het in de grond drijven van een lange houten of betonnen paal als de fundering voor een gebouw of kunstwerk. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik heien?
Zo vervoeg je heien zo: de tegenwoordige tijd is hei, de verleden tijd is heide en het voltooid deelwoord is geheid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heien is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. I 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heien levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. I 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heien telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

heien in het kort

heien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van heien staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort heien bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

heien: het in de grond drijven van een lange houten of betonnen paal als de fundering voor een gebouw of kunstwerk
Deel heien — standaardnederlands.nl