heiploeg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groep bouwvakkers die samen heipalen in de grond heien met een heimachine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heiploegen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hei zn en ploeg zn
Woordfamilie van heiploeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heiploegen | meervoud | heiploeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heiploeg zijn vastgelegd.