hef
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɦɛf/Betekenis
- bezinksel van vloeistoffen
- heft, handvat
- heffen
Hoe spreek je hef uit?
/hɛf/
Hef bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| f | fiets |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heffen | meervoud |
| hefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hefjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heffen
- gebiedende wijs van heffen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heffen
Vervoeging van hef
hefhele werkwoord
Woordfamilie van hef
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hefje | verkleinwoord | hef |
| hefjes | verkleinwoord meervoud | hef |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hef zijn vastgelegd.